BTW verleggen zonder risico!

Werken in onroerende staat (kort door de bocht zijn dit ‘aannemingswerken’) moeten gefactureerd worden met verlegging van de BTW naar de medecontractant, indien uw medecontractant u een geldig en correct BTW nummer doorgeeft.

Daar durft het in praktijk wel eens mislopen; want soms geven uw klanten een nummer door dat ofwel lijkt op een BTW nummer maar er geen is (dat is de keerzijde van het gebruiksgemak om een ondernemingsnummer te hebben dat dienst kan doen als een BTW nummer), ofwel dat een BTW nummer is maar waarbij de klant niet aan alle normale BTW verplichtingen moet voldoen (ja, het kan, een BTW nummer hebben zonder dat je periodieke aangiften moet indienen).

Tot voor kort was je als uitschrijver van de factuur altijd gehouden tot voldoening van de BTW als je foutief factureerde met medecontractant… ofwel deed je altijd een bewuste controle op het opgegeven BTW nummer (via de VIES website), ofwel ging je uit van de eerlijkheid en correcte BTW kennis van je klant.

Het durfde dus wel eens mislopen, en bij controle was je dan – kort gezegd – de pineut. De BTW verhaalde immers 21% BTW bij u als verkoper, inclusief boete én nalatigheidsintresten.

Daar is per heden een oplossing voor gekomen – zet vanaf heden volgende mededeling op uw verkoopfactuur, en u bent gevrijwaard:

Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.”

Hoelang mag de fiscus controleren?

Recent werden alle verjaringstermijnen in het fiscale wetboek serieus uitgebreid. Tot voor kort was dat 3 jaar (wat kort door de bocht, maar deze termijn dekte wel het merendeel van de gevallen).

Recent wijzigde dit echter, en nu kan een controleur snel 4 jaar en vaak zelfs 6 jaar teruggaan in de tijd. In sommige gevallen is het zelfs 10 jaar!

Dit maakt jammer genoeg dat een belastingcontrole snel een hoog oplopende rekening met zich kan meebrengen; in praktijk zullen allicht de vele discussiepunten nog meer dan vroeger aanleiding geven tot juridische betwistingen dan wel verregaande disputen met de controleur. Bij rechtzetten van 2 jaar wordt nogal snel door een ondernemer de afweging gemaakt dat het sop de kolen niet waard is (“ik ben het an sich niet eens met de stelling van de controleur, maar ik betaal wel snel die extra belastingen en daarmee is de kous af”). Als in de toekomst de te betalen belastingen steevast x6 riskeert te worden rechtgezet, zal het sop de kolen wel waard zijn.

We houden ons hart vast hoe dit in de praktijk zijn uitwerking zal krijgen.

Hoelang moet ik mijn boekhouding bijhouden? Voortaan 10 jaar

De vraag komt jaarlijks terug… en zoals alles in de obscure wereld van de fiscaliteit is er geen duidelijk en eenvoudig antwoord. Recent veranderde er wel weer wat.

Willen we het kort door de bocht houden… dan kunnen we zeggen 10 jaar (na afsluitdatum, dus voor alle gemak zeggen we dan maar 11 jaar – zo loop je nooit fout). Dit bedroeg tot voor kort nog 7 jaar, maar werd recent uitgebreid. Even opletten dus!

Heb je echter investeringen gedaan in onroerende zaken (gebouwen gekocht of dergelijke), dan wordt het 15 jaar… en in sommige gevallen zelfs 25 jaar. Bij twijfel vraag je het dus toch maar best even na bij je boekhouder.

Wat moet je bijhouden?

Ook daar wel wat onduidelijkheid… de BTW heeft het steevast over “alle documenten waaruit de juistheid van de omzet kan afgeleid worden”. Dit zijn dus niet enkel de boekhoudkundige documenten (facturen, bankuittreksels, …), maar gaat ook over agenda’s, bestelbonnen, leverformulieren, CMR-afschriften, … Je zorgt dus maar best voor een groot archief.

Gelukkig mag het sinds kort ook allemaal digitaal… dat bespaart alvast het gesleur met archiefdozen. Het is niet voor niets dat ook wij grote fan zijn van digitale archivering en procesbeheer in elke onderneming!

“Van Zelfstandige naar Ondernemer” – Andy Coomans

Af en toe komen we eens een managementboek tegen dat net iets boven de concurrentie uitsteekt. “Van Zelfstandige naar Ondernemer” van Andy Coomans is er zo ééntje. Het geeft op een zeer laagdrempelige (en best ook humoristische) wijze het verhaal van ondernemer Andy Coomans weer; van kleine zelfstandige die begon aan de keukentafel tot grotere onderneming met meerdere medewerkers.

Het verhaal zal voor elke ondernemer die al een groeitraject achter de rug heeft, herkenbaar zijn. De toegankelijke schrijfwijze gekoppeld aan interessante doe-oefeningen op het einde van elk hoofdstuk, maken dat het boek je net dat ietsje meer prikkelt. Grappige anekdotes sieren de hoofdstukken en doen je ook meermaals instemmend knikken… “heb ik ook meegemaakt”.

Voor startende ondernemers is het een ideaal draaiboek en het geeft je een blik op wat je mag verwachten. Voor de geharde ondernemers is het een leuke terugblik én tegelijkertijd een motivatie om enkele verwaterde elementen in je onderneming terug vast te nemen en te verbeteren.

Enfin, dit boek kunnen we van harte aanbevelen! (online te bestellen of via je betere boekhandel in je buurt).

Op zoek naar meer rendement?

Denk dan ook eens aan een taxshelter.

Niets dat meer interesse opwekt dan artikels over belastingen ontwijken… en met een taxshelter doe je nu juist dat. Maar juich niet te vroeg. Je betaalt misschien geen belastingen, maar iemand anders gaat wel met een groot deel van het geld lopen… het kleine stukje dat je uiteindelijk bespaart in belastingen, is je winst en bepaalt je rendement. Dat rendement ligt bij toepassing van de taxshelter tussen de 7% en 15%. Mooi meegenomen, maar het blijft een belegging die niet volledig risicovrij is. Zoals altijd geldt in de financiële wereld, meer rendement is gekoppeld aan meer risico.

Maar laten we beginnen bij het begin. Niets zo duidelijk als een voorbeeldje:

  • NoTax BV heeft 400.000 euro winst voor belastingen. Normaal zou deze vennootschap 100.000 euro vennootschapsbelasting moeten betalen (25%). Als de vennootschap een taxshelter storting uitvoert van 35.000 euro, zal zij hierdoor 36.837 euro minder belasting hoeven te betalen… Ben je mee: een betaling van 35.000€ zorgt dat er 36.837€ minder belasting hoeft betaald te worden, je uiteindelijke besparing is dus 1.683€ (of 4,8% van het betaalde bedrag van 35.000€). NoTax betaalt derhalve dus 35.000 euro taxshelter en daarnaast op de rest van de winst nog 63.162 vennootschapsbelasting; in totaal betaalde ze dus (63.162+35.000=) 98.162 euro (in plaats van zonder taxshelter 100.000 euro).

Naast het fiscale voordeel, geven de taxshelter firma’s ook nog een bijkomende rendement. Hierdoor stijgt het financiële rendement naar 7% tot 14%.

Wat zijn de risico’s?

De taxshelter firma zou in faling kunnen gaan, waardoor de belastingaftrekken niet toegekend worden. Dan betaal je jammer genoeg dubbel – én de storting aan het fonds, én de toch verschuldigd geworden belastingen.

Daarnaast moet de taxshelter firma zorgen dat de opgehaalde centen ‘correct’ gebruikt worden. Zonder in detail te gaan, als de producent van de firma bij voorbeeld fraudeert, zal je eveneens het definitieve belastingvoordeel niet krijgen… je betaalt dus opnieuw dubbel!

De meeste taxshelter firma’s hebben voor deze risico’s zelf instrumenten ontworpen om ze te minimaliseren. Denk zo aan bijkomende kredietverzekeringen, interne audits, …. Maar, de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat er wel al ‘onthoofde’ taxshelterfirma’s zijn geweest. De sector heeft uit deze ‘rampen’ haar les wel geleerd, maar voorzichtigheid blijft geboden. Ons advies: blijf bij grote spelers, liefst professioneel ondersteund door een financiële instelling.

Voor elke vennootschap?

Neen, je moet al wel wat belastbare winst hebben alvorens dit interessant wordt. Vooreerst is het voordeel maximaal als je het hoge belastingtarief van 25% betaalt. Zit je met je winst volledig in het lagere tarief van 20%, loont het de moeite niet. Ons advies: vanaf 200.000 euro interessant. Tussen de 100k en 200k kan het profijt opleveren… maar voor het eerder beperkte bedrag zouden wij de tramelant errond niet doorstaan.

Interesse?

Zonder enige garantie op goede afloop en evenmin zonder enige verantwoordelijkheid te nemen; hier twee aanbieders met goede referenties: http://www.taxshelter.be/nl en  BNP Film Finance (via uw lokale BNP agent).

Conclusie

Hou je van wat risico om wat hoger rendement te halen en is je belastbare vennootschapswinst hoog genoeg (+200.000€), dan kan je misschien ook eens kijken naar een taxshelterinvestering.

Een woord is een woord… maar niet voor de fiscus

Af en toe passeert er in de vaklectuur wel eens een verhaaltje dat zo out of this world is, dat ik het niet kan nalaten er mijn persoonlijk gedacht over te geven – onderstaande is dan ook enkel de auteur dezes toe te schrijven. 

Fiscaliteit is altijd grijs… vandaar dat belastingcontroles meer weg hebben van een goeie zondagse voddenmarkt dan wel van een mooi onderbouwd juridisch werkstukje; en het bereikte compromis is meestal een zwaard dat snijdt langs beide zijden.

Teneinde zinloze discussies te vermijden en rechtszekerheid(!) te bekomen, bestaat er sinds jaar en dag de mogelijkheid om voorafgaand aan een verrichting, de goedkeuring van de fiscus te vragen middels een ruling.

En zo begint ons verhaaltje… Er was eens een bedrijf dat voorafgaandelijk aan een verrichting van 1,2 miljard euro een ruling bij de Belgische administratie aanvroeg. Slim gezien, voor zo’n bedragen wil je niet achteraf met de gebakken peren zitten. De Belgische overheid levert de ruling af, en de vennootschap verricht de transactie.

Maar niets schudt de BBI wakkerder dan veel nulletjes voor de komma in het veld van de vrijgestelde inkomsten… En dus krijgt de vennootschap, niettegenstaande haar positieve ruling, de BBI van Gent op bezoek. Het onderzoek gaat onder meer over de “interpretatie” van de verkregen ruling… lees: kunnen we ons van deze positieve ruling onderuit muizen.

Het gaat over veel geld, en ook ik geef toe dat bedrijven misschien wel eens ‘origineel’ zouden kunnen omspringen met hun verwoording en intenties in een rulingaanvraag. Dus nakijken of de uitgevoerde verrichting wel degelijk een correcte weergave is van wat in de rulingaanvraag werd vermeld, is wel degelijk een toegelaten (en misschien ook nodige) controle.

Er wordt tussen BBI Gent en het bedrijf een “overkoepelend akkoord” afgesloten, waarin de BBI Gent onder andere meegeeft dat er “een einde wordt gesteld aan het lopende fiscaal onderzoek” en dat het de belastingplichtige “rechtszekerheid biedt” (da’s dus al rechtszekerheid bis in dit geval – want moest de ruling daar nu net niet voor dienen).

Het verhaal zou mijn blog niet gehaald hebben moest hiermee de kous af zijn…

Jammer voor het bedrijf, blijkbaar vond de BBI van Brussel dat zij het werk van hun collega’s van Gent nog eens moesten overdoen. Zij openen een nieuw onderzoek over opnieuw dezelfde feiten. Hun zielige verdediging dat het voorgaande akkoord niet de kwestie van de toegepaste aftrek dekte, alsook het feit dat dat akkoord tegen de wet zou ingaan, halen gelukkig weinig gram bij de rechtbank.

Gelukkig dat toch een verstandig rechter zijn mening geeft dat er dan toch nog zoiets bestaat als het vertrouwensbeginsel.

Alhoewel eind-goed-al-goed, toch de bedenking dat de onderneming dit uiteindelijk alsnog in de rechtbank heeft moeten afdwingen. Wat is dan nog de waarde van een ruling, laat staan van een ‘overkoepelend akkoord’?

En misschien, als we toch een persoonlijke mening mogen geven, waar is de politiek verantwoordelijke die deze toestanden tolereert binnen zijn administratie?

Bron: Fiscoloog 1738 – p.7

VZW’s betalen geen belasting… of toch?

Er wordt in de volksmond (en aan de cafétoog) wel eens te snel gesteld dat VZW’s geen ‘belastingen’ betalen. Tijd om toch even paal en perk te stellen aan wat vooroordelen, alsook de gelegenheid om de bestuursorganen van de VZW’s even ter orde te roepen… zijn ze immers nog zo overtuigd van hun vrijstelling van inkomstenbelasting na het lezen van dit artikeltje?

Het BTW wetboek maakt in eerste orde geen onderscheid tussen vennootschap of VZW… van zodra er belastbare handelingen gesteld worden is er BTW plicht, en dus ook de verplichting tot aanrekening van BTW op die handelingen. Wel is het zo dat er daarnaast een heel aantal vrijstellingen ingeschreven zijn in het wetboek, die specifiek enkel toepasbaar zijn ingeval de handelingen gesteld worden door een vereniging. Ga er dus zeker niet zomaar van uit dat er een BTW vrijstelling is enkel en alleen omdat je VZW bent… er komt meer bij kijken! Typisch voorbeeld, een sport-vzw die ook een vrij toegankelijke cafetaria uitbaat zal onderhevig zijn aan BTW.

Inzake inkomstenbelasting is al meer dan enkele jaren de jacht geopend op de belastbaarheid van VZW’s. De vroegere de facto onderwerping aan de rechtspersonenbelasting (die op zich de normale inkomsten niet belast), moet meer en meer plaatsmaken voor een de facto onderwerping aan vennootschapsbelasting (en dus inkomstenbelasting op de normale winsten).

De VZW is onderworpen aan de vennootschapsbelasting van zodra zij een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard. En in dat plaatje zit je sneller dan je denkt.

Ervaring heeft ons geleerd dat van zodra er activiteiten plaatsvinden die wel wat winsten genereren, en waarbij de werking vanuit een ‘ondernemersperspectief’ gebeurt (denk reclame, budgetten, personeelsinzet, …), hoe sneller een controleur zal oordelen dat het om een ‘onderneming’ gaat.

Enkele praktijkvoorbeelden van VZW’s die recent na controle verplicht werden over te schakelen naar inkomstenbelastingen via vennootschapsbelasting:

  • Een jaarlijkse beurs (handelsbeurs, platen/CD beurs, …)
  • Subsidieadvies (of meer algemeen: diensten aan bedrijven)
  • Allerhande festivals en concerten
  • Organiseren en begeleiden van buitenlandse artiesten
  • Vzw waarbij cafetaria-ontvangsten het merendeel van de activiteiten/inkomsten omvatte

Men weze alvast gewaarschuwd… de enkele ‘titel’ van VZW vrijwaart u niet voor inkomstenbelastingen onder de vorm van vennootschapsbelasting.

Autokosten… nog maar ‘ns

We komen even terug op enkele voorgaande posts… we herhalen de belangrijke ‘kanteldatum’ van 1/7/2023 voor de aanschaf van een nieuwe wagen – zeker als je een wagen met verbrandingsmotor wil.

We nuanceren echter even toch die datum… als je een hybride wagen koopt, is het net ietsje beter om die wagen reeds voor 1/1/2023 te kopen (dit jaar dus nog). Het verschil is niet dramatisch, maar een zit een klein addertje bij de hybride wagens.

Als je een hybride wagen koopt tussen 1/1/2023 en 30/6/2023, zal vanaf 2025 de brandstof deels beperkt worden (in tegenstelling tot de overige autokosten, die wel nog langer de huidige aftrek genieten).
Een verwittigd man/vrouw…

Betaal met de juiste kaart… het kan je een belastingcontrole besparen!

Recent werd een nieuwe ficheverplichting in het leven geroepen: alle kosten die door een vennootschap worden terugbetaald aan een werknemer of aan de bestuurder, moeten voortaan jaarlijks gerapporteerd worden. Dit gaat verder dan wat de meeste al kennen als de ‘maandelijkse forfaitaire kosten eigen aan de werkgever’.

De ficheverplichting dekt immers elke terugbetaling… je gaat even iets afhalen in de lokale doe-het-zelf winkel, je betaalt met eigen portemonnee, waarna je de boekhouder gelast om de aankoopfactuur af te punten “op je rekening-courant”. Of je nu het bedrag daardwerkelijk terugstort aan jezelf of de boekhouder registreert het op je rekening-courant, in beide gevallen zal eindejaar een verantwoordingsstuk richting fiscus moeten gestuurd worden die aangeeft hoeveel uitgaven er zo werden betaald (of op je rekening-courant werden gezet).

Niet alleen zorgt deze nieuwe verplichting (weer maar eens) voor een heel pak extra werk op het bord van de boekhouder, maar het geeft ook meteen een goede filter aan de fiscus om belastingcontroles gericht te voeren.

De belastingdienst gaat er immers van uit dat alle betalingen die niet via de bankrekening van de vennootschap lopen, verdacht zijn. Denk maar aan die doe-het-zelf tickets, of de vele restaurantbonnetjes. Voortaan geldt, niet betaald met de rekening van de zaak = verdachte transactie (lees: werd de uitgave wel gedaan door & voor de zaak, of zijn dit privé kosten waarvan de aankoopfactuur onterecht en frauduleus haar weg vond naar de boekhouding).

Geef de fiscus dus geen extra ammunitie om je dossier aan te vallen en zorg dat je steeds een bankkaart van je vennootschap op zak hebt. Bedrijfsmatige uitgaven betaal je keurig en altijd met die kaart; privé uitgaven betaal je met je persoonlijke kaart. Ik weet het, de administratie wordt er niet noodzakelijk gemakkelijker op, maar het kan je wel een belastingcontrole schelen!

Cryptomunten… wat moeten we ermee?

Cryptomunten roepen vandaag best wel wat vragen op… niet alleen bij de boekhouder maar ook bij onze klanten. Het is inderdaad niet altijd even simpel bestaande rechtsregels los te laten op dit allegaartje van digitale toepassingen. Het feit dat wetgever, rechtbanken, adviesinstanties zoals de Nationale Bank, rulingcommissie of Commissie voor Boekhoudkundige Normen, steeds achter de feiten aan hollen, maakt het er niet simpeler op. Recent werden zo rulings afgeleverd die inmiddels al door de realiteit achterhaald zijn.

We beginnen met ons besluit: als je niet weet waar je mee bezig bent, blijf er dan af. Ondanks het groeiend succes van cryptomunten, blijft de hele sfeer errond toch hangen in onzekerheid, speculatie, juridische vaagheid. Zeker in vennootschappen horen crypto’s mijns inziens niet thuis – tenzij je er je beroepsactiviteit rond bouwt (bij voorbeeld de consultant inzake digitale currencies). Daarnaast kunnen internationaal opererende bedrijven vandaag mogelijks zinvol met crypto’s omgaan als betaalvehikel.

Vergeet niet dat alle reguliere instanties (zoals banken, fiscus, boekhouders, …) nog steeds opdracht hebben om met de nodige argwaan naar deze structuren te kijken. Een bankier vertelde me onlangs dat (grote) vermogens afkomstig van crypto’s bij hun instelling niet aanvaard werden… wat ben je met veel crypto’s als je het niet vertaald krijgt naar standaard besteedbare euro’s?

Voor zij die er zich toch aan willen wagen, hierbij hetgeen we vandaag weten over hoe de overheid kijkt naar dergelijke instrumenten.

Personenbelasting

  • Trading in virtuele currencies wordt aanzien als speculatief; winsten zullen dus vrij snel het etiket krijgen van belastbare (speculatieve) meerwaarden. Het blijft moeilijk controleurs overtuigd te krijgen van het ‘normale beheer van een privévermogen’ inzake crypto’s.
  • Indien de transacties en geldstromen dermate ingewikkeld worden of veelvuldig plaatsvinden, zal de fiscus des te sneller argumenteren dat het om een beroepsinkomen gaat (marginaal tarief en sociale bijdragen).
  • Over in welke mate minderwaarden/verliezen aftrekbaar zijn van diverse of beroepsinkomen is ook het laatste woord nog niet gezegd – daar lijken we de visie te kunnen onderschrijven dat het, aangezien het niet om aandelen gaat, dat minderwaarden aftrekbare kosten zijn (zie ook ruling 2018.0310 dd 8/5/2018).

Vennootschapsbelasting en -boekhouding

  • Het meest recente advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (2021/16) stelt dat cryptomunten geboekt dienen te worden als een diverse vordering (dus geen geldbelegging en al zeker geen liquide middelen). We stellen ons vragen bij deze kwalificatie… maar het geeft wel opnieuw aan hoe de officiële structuren kijken naar crypto (‘verdacht, onzeker, volatiel, …’). Deze benadering van de CBN gaat voor een stuk voorbij aan het feit dat vandaag sommige cryptomunten dagdagelijks gebruikt kunnen worden in het reguliere commerciële circuit (net zoals een bankrekening). Ook hier zal er allicht in de toekomst wat ‘voorschrijdend inzicht’ zijn.
  • Meerwaarden zijn belastbaar, minderwaarden normaliter aftrekbaar. Let wel dat je goed moet kunnen bewijzen hoe de bedragen verwerkt zijn en hoe je de koers kan bewijzen.

Hoe het er ook voorstaat, crypto’s zijn here to stay. Een duidelijkere omkadering van zowel boekhoudkundige als fiscale verwerking dringt zich op. In tussentijd blijft advisering errond veel boekhouders kopzorgen geven.