Het zomerakkoord: wat betekent het voor U?

Het zomerakkoord brengt heel wat veranderingen die voor ondernemers voelbaar zullen zijn. Zo kunnen liquidatiereserves sneller worden uitgekeerd, maar iets minder voordelig dan vroeger. Het DBI-systeem voor beleggingen wordt strenger, met een nieuwe meerwaardetaks en bijkomende voorwaarden rond het loon van bestuurders. De grens voor het verlaagde vennootschapsbelastingtarief stijgt naar €50.000, waardoor een herziening van de loonpolitiek vaak nodig zal zijn. Vanaf 2026 komt er bovendien een belasting op meerwaarden in de personenbelasting (met enkele vrijstellingen), en wordt het voordelige auteursrechtenregime opnieuw uitgebreid naar IT’ers en creatieve digitale beroepen. Kortom: er staan belangrijke fiscale veranderingen op til die een impact kunnen hebben op uw loon, uw beleggingen en uw vergoedingsstructuren. We overlopen de belangrijkste wijzigingen even.

  • Aanpassing aan de liquidatiereserve

Het standaardtarief roerende voorheffing van toepassing bij de uitkering van dividenden is 30%. Dividenden komen voort uit winsten na vennootschapsbelasting; de onderneming betaalde op die winsten dus ook haar 20% of 25% vennootschapsbelasting. De beiden gecombineerd geven een belastingdruk van net geen 50%. Een typisch Belgisch verhaal dus.

Er bestaan echter twee verlaagde tarieven voor de roerende voorheffing. Vennootschappen opgericht na 2013 kunnen vaak (er zijn enkele voorwaarden) genieten van het VVPRbis regime (Verlaagde Voorheffing Précompte Reduite). Zij betalen 15% roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden vanaf het derde jaar na oprichting.

Een tweede verlaagd tarief roerende voorheffing is het regime van de liquidatiereserve. Kleine ondernemingen kunnen kiezen om de netto winst van het boekjaar onder te brengen onder zo’n liquidatiereserve mits betalen van 10% anticipatieve heffing. Bij latere uitkering van die liquidatiereserve is een verlaag tarief roerende voorheffing van toepassing. Indien u de liquidatiereserve laat zitten tot aan de vereffening van de vennootschap, is er geen verdere roerende voorheffing verschuldigd (u betaalt dan, buiten die 10% anticipatieve heffing, niets meer).

De liquidatiereserves, waar u vroeger 5 jaar moest op wachten, kunnen thans al na drie jaar uitgekeerd worden. Het tarief stijgt wel van 5% naar 6,5%. Voor de bestaande reserves heeft u de keuze (vijf jaar wachten aan 5%, of reeds na 3 jaar uitkeren aan 6,5%). Voor alle nieuw aan te leggen liquidatiereserves is het steevast een wachttermijn van drie jaar aan 6,5%.

In een vorig blogartikel kan u wat meer informatie vinden.

  • Aanpassing aan het DBI-systeem (Definitief Belaste Inkomsten – vooral gekend vanwege de DBI-Beveks waarin belegd kan worden)

Voor grote ondernemingen (de meeste van onze lezers mogen dus volgend paragraafje overslaan) wordt het DBI systeem op ontvangen dividenden of meerwaarden volledig afgeschaft voor alle aandelen (of fondsen) die als belegging aangehouden worden. DBI-aftrek blijft enkel mogelijk voor die aandelen die aangeschaft worden met een strategisch doel (impact op de onderneming waarvan men de aandelen aanhoudt) – noem het maar ‘actieve’ deelnemingen. Er is een uitzondering voor investeringen van meer dan 2,5mio.

Voor kleine ondernemingen werd er ook gesleuteld aan het DBI regime; belangrijkste nadeel is de nieuwe meerwaardetaks van 5% bij verkoop van het DBI-fonds. Weliswaar is het zo dat die aparte taks in de meeste gevallen niet van toepassing zal zijn – als de bank uw fonds terug inkoopt (wat meestal het geval is als je uitstaps uit zo’n fonds), speelt de meerwaardebelasting niet.

Daarnaast is de roerende voorheffing (30% – die bij uitkering van dividenden door het fonds ingehouden wordt door de Belgische bank) niet meer verrekenbaar met de vennootschapsbelasting indien er niet minsten één bestuurder een bezoldiging van 50.000 euro bruto ontvangt (zie ook hieronder). De roerende voorheffing op ontvangen dividenden uit een BDI-fonds wordt zo een bijkomende kost voor de onderneming.

  • Wijzigingen aan de minimum-bezoldigingsregel

Sinds 2019 komen kleine vennootschappen in aanmerking voor het verlaagde tarief vennootschapsbelasting (20% in plaats van 25%), mits zij onder andere voldoen aan de minimum-bezoldigingsregel. Die regels telt dat minstens één bestuurder een loon van 45.000 euro moest ontvangen, of, indien de winst lager lag dan 45.000€, een bedrag gelijk aan de winst.

Het nieuwe zomerakkoord verschuift de grens naar 50.000€ (en met jaarlijkse indexatie). Daarnaast mag slechts 20% van het in aanmerking te nemen loon voortkomen uit forfaitair gewaarde voordelen.

Wij zullen al onze getroffen klanten eindejaar contacteren om te bekijken of er wijzigingen aan de loon portefeuille nodig zijn.

  • Nieuwe meerwaardebelasting in de personenbelasting

Vanaf 1 januari 2026 wordt een meerwaardebelasting van 10 % geheven op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa (zoals aandelen, obligaties, ETF’s, crypto-activa).

Er zijn wel enkele belangrijke vrijstellingen:

  • € 10.000 per persoon per jaar (geindexeerd). Een niet gebruikte vrijstelling is deels overdraagbaar naar volgende jaren.
  • Voor wie een aanmerkelijk belang (≥20 %) aanhoudt: een vrijstelling van € 1 miljoen per 5 jaar, boven deze grens geldt een progressief tarief van 1,25 % tot 10 % (let bij getrapte aandelenverkoop er dus op om zeker +20% aan te houden)
  • Meerwaarden vóór 31 december 2025 blijven vrijgesteld; een “fotomoment” op die datum bepaalt de referentiewaarde. We houden jullie later op de hoogte hoe dat fotomoment juist moet aangetoond worden.
  • Terug auteursrechten voor IT’ers

Vanaf 1 januari 2026 wordt het fiscaal gunstregime (terug) uitgebreid naar digitale beroepen, specifiek softwareontwikkelaars, systeemarchitecten, AI‑ontwikkelaars, analisten, etc…

Het regime geldt voor auteursrechten op creatieve IT‑werkzaamheden — bijvoorbeeld licenties of overdracht van programma’s—, maar werkt niet voor helpdeskrollen of puur operationele IT‑taken.

De 70/30‑verdeelsleutel blijft van kracht (maximaal 30 % van de vergoeding mag als auteursrechtelijk inkomen mag worden gekwalificeerd). Een correcte waardering van het auteursrecht blijft evenwel noodzakelijk; ons oordeel is steeds geweest om in bedragen/percentages niet te overdrijven… dat voorkomt een fiscale kater nadien.

De voorwaarden blijven strikt: belangen zoals ondubbelzinnige auteursrechtelijke bescherming en correcte aftoetsing van de waarde van het auteursrecht blijven dus essentieel – imperatief dat het niet om verkapt loon gaat!

Correcte naleving van de voorwaarden brengt ook wat kosten met zich mee; zo moet er een correct contract opgesteld worden tussen vennootschap en de natuurlijke persoon die het auteursrecht overdraagt, en dient vaak ook de procedure van tegenstrijdige vermogensrechtelijke belangen (tussen bestuurder en vennootschap) gevolgd worden. Deze kosten moeten afgewogen worden tegenover het fiscale voordeel.

Wil je het maximale uit de kan halen (en dus ook fiscaal een wat agressievere houding aannemen), dan raden wij aan je te laten begeleiden door creativeshelter.be.

Liquidatiereserves al uitkeren na drie jaar i.p.v. vijf

De federale overheid voert binnenkort wijzigingen door aan de regels rond dividenduitkeringen via liquidatiereserves. Voor veel ondernemers kan dat fiscaal een groot verschil maken. Dit biedt nieuwe kansen voor wie sneller over cash wil beschikken.

🔸 Wat verandert er voor de liquidatiereserve?

  • Nu: Uitkeren na 5 jaar = 5% roerende voorheffing
  • Vanaf 1 juli 2025:
    • Voor bestaande reserves (aangelegd vóór 31/12/2025):
      • Nieuw keuzerecht: al na 3 jaar uitkeren aan 6,5% roerende voorheffing of de vijfjarige termijn afwachten voor taxatie aan 5% roerende voorheffing
      • Binnen 3 jaar uitkeren blijft aan 20% RV.
      • Bij vereffening blijft uitkering vrij van RV!
    • Voor nieuwe reserves (aangelegd vanaf 31/12/2025):
      • Slechts 6,5% RV na 3 jaar wachten.
      • 30% RV bij uitkering binnen 3 jaar! Het tarief van 20% indien té vroeg wordt uitgekeerd verdwijnt. Een té vroege opname van de liquidatiereserve zal voortaan dus afgestraft worden! Het wordt des te belangrijker duidelijk de termijn van de privé behoeften aan geld in kaart te brengen.
      • Bij vereffening blijft uitkering vrij van RV!

🔸 Wat verandert er voor VVPRbis?

  • Nu: 20% RV op dividenden uitgekeerd uit het tweede boekjaar volgend op dat van de inbreng (in tweede boekjaar), 15% vanaf derde.
  • Vanaf 2026:
    • Enkel nog 15% RV vanaf derde boekjaar na boekjaar van inbreng.
    • Bij eerdere uitkering: 30% RV, tenzij inbreng gebeurde vóór 1/1/2026.

➡️ Wilt u sneller uitkeren aan een gunstig tarief? Dan kan dat vanaf 1 juli 2025 voor bestaande liquidatiereserves.
📞 Neem contact met ons op – wij bekijken graag samen uw opties.

Laatste kans: belastingvrijstelling op meerwaarden bedrijfsvoertuigen verdwijnt op 1 juli 2025

De federale regering heeft beslist om een belangrijke fiscale gunstmaatregel af te schaffen: de belastingvrijstelling voor meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop van bepaalde bedrijfsvoertuigen.

Wat verandert er?

Op dit moment kunnen vennootschappen onder bepaalde voorwaarden nog genieten van een belastingvrijstelling op de meerwaarde die wordt geboekt bij de verkoop van specifieke voertuigen zoals:

  • vrachtwagens en trekkers ≥ 4 ton,
  • opleggers en aanhangwagens,

Deze regeling, gekend onder artikel 44bis WIB 92, is al jarenlang een waardevol instrument bij de hernieuwing van een wagenpark.

Maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 1 juli 2025 zal deze vrijstelling definitief verdwijnen.

Tot wanneer is de vrijstelling nog mogelijk?

De deadline ligt op 30 juni 2025. Meerwaarden op de verkoop van in aanmerking komende bedrijfsvoertuigen die vóór deze datum worden gerealiseerd, kunnen nog steeds belastingvrij zijn, op voorwaarde dat:

  • het voertuig minstens drie jaar werd afgeschreven als vast actief;
  • de vennootschap op het moment van verkoop volledig eigenaar is van het voertuig;
  • de meerwaarde wordt wederbelegd in een nieuw voertuig van hetzelfde type binnen een vastgestelde termijn;
  • de vereiste fiscale documenten (zoals formulier 276K) correct worden ingediend

Wat betekent dit voor ondernemers?

Wie plannen heeft om binnenkort bedrijfsvoertuigen (vrachtwagens) te vervangen of af te stoten, doet er goed aan om dit vóór 1 juli 2025 te doen. Zo blijft de gerealiseerde meerwaarde belastingvrij, wat een aanzienlijke besparing kan opleveren.

Heeft u vragen over deze fiscale wijziging of wenst u advies op maat? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Het regeerakkoord fiscaal

We namen het regeerakkoord door en vatten de belangrijkste elementen in hoofdlijnen samen. Alle informatie is gebaseerd op wat heden gekend is, en bevat dan ook nog veel onzekerheden of mist detail in belangrijke elementen. We zijn net zoals onze lezers erg nieuwsgierig naar de uiteindelijke wetteksten.

Men spreekt van inwerkingtreding 1/1/2026; maar eerste verwarring is reeds of dit gaat over aanslagjaar 2026 (en dus van toepassing voor 2025), of inkomsten vanaf 2026. Waarschijnlijk zal dit per maatregel verschillen.

Waar van toepassing, geven we ook enkele pragmatische tips of suggesties. Dit gaat enkel over fiscale punten in het regeerakkoord. We zetten ze ook in dalend belang (althans hoe wij erover denken).

  • De olifant in de kamer – meerwaardebelasting

    Of noem het vooral niet zo… Het is een solidariteitsbijdrage. Behaalde (gerealiseerde) meerwaarden op beleggingen/aandelen/crypto’s (ook andere zaken, vb. goud?) worden vanaf 2026 belast aan 10%. Meer- en minderwaarden zijn in totaliteit te bekijken (netting) – de in het jaar behaalde minderwaarden zijn dus aftrekbaar van de behaalde meerwaarden. De eerste 10.000€ netto meerwaarde is niet belastbaar. Niet afgetrokken minderwaarden zijn niet overdraagbaar naar latere jaren.

    Tip 1 Enkel nieuwe meerwaarden met ingang van 1/1/2026(?) zijn belastbaar. Neem een inventaris van je beleggingen (best op 1/1/2025 en 1/1/2026) zodat je de historische meerwaarde per heden kan bewijzen bij latere verkoop!

    Tip 2 Per eindejaar kan het lonen je portefeuille actiever te beheren; heb je veel winst gerealiseerd, kan je mogelijks deel compenseren door een aandeel waar je vanaf wil en al wat verlies op hebt genomen, alsnog te verkopen aan minderwaarde. Anderzijds, als je een minderwaarde hebt gerealiseerd, loont het om te trachten meerwaarden te realiseren ten belope van dat verlies.

    Opgelet: de huidige regelgeving van taxatie aan 33% als divers inkomen (of marginaal tarief bij beroepsinkomen) blijft; beheer je het vermogen niet als een goed huisvader, maar eerder speculatief (of dermate intensief dat het om een beroepsactiviteit gaat), zal de fiscus mogelijks taxeren als divers- of beroepsinkomen.

    • Gerealiseerde meerwaarde van een ‘aanmerkelijk belang’ (zeg maar verkoop van de aandelen van je eigen vennootschap)

    Heb je 20% of meer van de aandelen in bezit, dan wordt de meerwaarde getrapt belast aan een tarief van 1,25% tot 10%. Het eerste miljoen euro meerwaarde wordt vrijgesteld. Ik vermoed dat veel van onze klanten dus niet snel geconfronteerd zullen worden met een belasting op de meerwaarde bij verkoop van hun aandelen.

    Ook hier zijn de historische meerwaarden vrijgesteld; hoe je de reële waarde van je aandelen in 2025 zal moeten bewijzen bij een verkoop later, is onduidelijk. Heeft het zin om vandaag je vennootschap te laten waarderen? Zonder teveel onze eigen winkel te bevoordelen moeten we daar (jammer genoeg) ja op antwoorden. We kijken nog even de kat uit de boom alleszins.

    Tip 1 Bewaar zeker zeer goed je jaarrapporten van de periode 2020 – 2025, teneinde bij verkoop later alsnog toe te laten een waardering per 1/1/2025 of 1/1/2026 uit te voeren.

    Tip 2 Verkoop je maar deel van de aandelen van je eigen bedrijf, behoud dan zeker altijd minstens 20%. Verkoop je in deeltjes en is het laatste deeltje kleiner dan 20%, dan riskeer je taxatie aan 10% terwijl het anders mogelijks vrijgesteld zou zijn!

    • VVPRbis én liquidatiereserve blijven

    Er was wat angst, maar beide systemen blijven én worden geharmoniseerd. VVPRbis wijzigt niet.

    Voor de liquidatiereserve wordt de houdperiode ingekort tot 3 jaar, maar het tarief stijgt naar 10% bij aanleg + 6,5% bij uitkering (zodat het totale tarief op 15% waar het nu 13,65% is).  De nieuwe regels gelden bij aanleg van nieuwe reserves; de oude liquidatiereserves behouden hun eigen regime (5 jaar + 10+5%). Bij liquidatie blijft het zo dat er geen extra roerende voorheffing van toepassing is op de aangelegde liquidatiereserves

    Tip 1 Voor zij die met liquidatiereserves werken, komen er over 4 jaar dus 2 ‘vette jaren’ aan, waarbij zowel de oud aangelegde liquidatiereserves van de vorige 2 jaar, als de nieuw aangelegde reserves van 2025 en 2026 zullen kunnen worden uitgekeerd. Hou ermee rekening bij het vaststellen van je beleggingshorizon in de vennootschap

    • Wijzigingen aan de minimumbezoldiging (laag tarief vennootschapsbelasting)

    Thans moet de vennootschap minstens aan één bestuurder een minimumbezoldiging uitkeren van 45.000 euro (of minstens de helft van de belastbare winst indien deze lager is dan 90.000 euro), wil de vennootschap genieten van het lage vennootschapsbelastingtarief van 20% (op de eerste 100.000 euro winst). Het standaardtarief is 25%.

    Deze voorwaarde wordt aangescherpt: voortaan wordt de minimumbezoldiging op 50.000 euro gezet, én wordt de grens jaarlijks geïndexeerd. Bovendien mag slechts 20% van de loonportefeuille uit voordelen alle aard bestaan. Er is onduidelijkheid hoe dit moet gelezen worden; is de 20% een bijkomende voorwaarde (als meer dan 20% van je loonportefeuille van bij voorbeeld 100.000 euro uit voordelen bestaat, verlies je dan het lage tarief; of is het voldoende als het loon in cash minstens 50.000 euro bedraagt?). We wachten af op meer duidelijkheid.

    Tip 1 De afweging of het opportuun is het loon te laten stijgen versus het verlies van de 20% wordt wat interessanter. Ik vermoed dat meer bedrijven zullen opteren voor het standaard tarief. Veel zal afhangen van de 20% voorwaarde rond de voordelen alle aard.

    • Ondernemersaftrek voor éénmanszaken

    Weinig uitgewerkt in het regeerakkoord, maar er zou sprake zijn van een ‘makkelijke’ aftrek van 20% voor éénmanszaken (hoofd- en bijberoep). Teneinde de vervennootschappelijking tegen te gaan, worden er nog enkele andere voordelen voor éénmanszaken uitgerold, waaronder afschaffing beboeting onvoldoende voorafbetaling, de mogelijkheid om een extra voorafbetaling te doen voor 20/2 van het jaar volgend op het inkomstenjaar en bijkomende pensioenspaarmogelijkheden.

    • Wijziging DBI Bevek

    Voor KMO’s zijn er enkele kleinere wijzigingen (eerder technisch van aard; de aftrek wordt vervangen door een vrijstelling).

    Wat wel een impact heeft, is dat de roerende voorheffing (30%) die in rekening wordt gebracht bij uitgekeerde dividenden, nog slechts verrekend mag worden met de vennootschapsbelasting indien de KMO voldoet aan de minimum-bezoldigingsvereiste (zie later). Voor KMO’s die geen voldoende hoog loon betalen aan hun bestuurder, zal de roerende voorheffing op ontvangen dividenden dus een eindbelasting op dat inkomen vormen.

    Voor grote ondernemingen wordt de DBI aftrek enkel toegekend indien men een participatie heeft van 10%, of minimum 4mio euro, én de aandelen geboekt zijn als financiële vaste activa (actief beheer). Voor grote ondernemingen zijn DBI beveks dus niet langer fiscaal opportuun.

    • Auteursrechtenvergoeding voor IT’ers wordt terug mogelijk

    De vorige regering schrapte uitdrukkelijk de IT-werken van de lijst; maar deze worden vanaf 2026 dus terug mogelijk. De problematiek van hoe de intellectuele eigendom te waarderen wordt dus terug actueel. De sector liet al weten geen al te grote fan te zijn, dit vanwege de onbetrouwbaarheid van de overheid én het feit dat men net alle vergoedingen terug gewijzigd had.

    • Degressieve afschrijvingen worden terug mogelijk voor KMO’s
    • Belastingvrijstelling voor meerwaarden op bedrijfsvoertuigen wordt afgeschaft
    • Autofiscaliteit hybride personenwagens worden terug belastingvriendelijk

      Hybride wagens met uitstoot onder de 50gram, worden opnieuw fiscaal interessant, waardoor de total cost of ownership daalt. De boutade “enkel elektrisch kan nog” wordt hiermee van tafel geveegd. Een hybride personenwagen blijft een fiscaal interessante manier om te bollen.

      Tip 1 we stellen ons wel vragen bij de betrouwbaarheid van de Belgische wetgever. Ook Europe kijkt over de schouders mee m.b.t. uitstoot. Persoonlijk blijven wij voorstander van de volledig elektrische personenwagen.

      • Wijziging 80% regel

        Weinig concreet; enkel dat de berekening wat makkelijker zal worden. We zijn benieuwd naar de uitwerking.

        Opgelet Voorschotten vragen op je IPT-polis voor het verwerven van vastgoed, zal niet meer mogelijk zijn, tenzij voor de enige en eigen woning. Gedaan dus met 2e woningen te kopen met je IPT verzekering. Wij waren er alleszins nooit grote fan van.

        • Geen intrestaftrek meer voor vastgoedleningen

          Intresten voor de niet-eigen woningen mogen vandaag afgetrokken worden van het onroerend inkomen. Hierdoor kan vaak een deel van het belast onroerend inkomen afgedekt worden.

          • Maaltijdcheques

            Werkgeversbijdragen mogen met 4€ toenemen; of dat ook zal gelden voor bedrijfsleiders lijkt ons logisch maar hebben we niet teruggevonden in de teksten. Laten we hopen!

            • Onderhoudsuitkeringen à belastingaftrek daalt naar 50% (i.p.v. 80%)
            • Giften à naar 30% aftrek ipv 45%
            • Groepsbijdrage (fiscale consolidatie) à uitgebreid en versoepeld
            • Strijd tegen verkoop van vastgoedvennootschappen wordt opgeschroefd
            • Uitbreiding verplicht gebruik witte kassa
            • Flexijobs uitgebreid naar alle sectoren en maximum plafond naar 18.000 euro
            • Studenten: verdubbeling nettobestaansmiddelen naar 12.000€ en verhoging naar 650 uren per jaar
            • Naar een betere verstandhouding tussen fiscus en belastingplichtige

              Dat horen we graag zeggen… hiervan hopen we écht dat de soep zo warm zal gegeten worden als ze wordt opgediend. Men spreekt over het niet invoeren van retro-actieve fiscale regels, meer begrip en spreiding van deadlines om de cijferberoepers te ontlasten (ik doe spontaan een vreugdedansje), afschaffing van boete bij een eerste overtreding ter goeder trouw – we maken immers allemaal wel ‘ns een foutje, fiscale arbitrage i.p.v. bemiddelingsdienst, betere contactmogelijkheden met controleurs, ook de ‘snelle vraag aan je controleur’ doet terug zijn intrede (na 2 jaar van stilte door het afschaffen van telefoon- en emaillijnen met de fiscale ambtenaren – voor wat het waard is, ook veel ambtenaren die we spraken waren daar geen groot voorstander van).

              Enfin, met een mooie leuze in het regeerakkoord, naar een “fiscaal charter met de belastingplichtige”. De prijzen worden aan de meet gegeven, zou ik zo zeggen!

              • Fraudeurs zwaar aangepakt

              Het regeerakkoord bevat best veel positieve punten (eens we durven voorbij kijken aan de meerwaardebelasting)… men wil goedmenende, werkende mensen belonen (zelfstandigen en tewerkgestelden).

              Daarnaast laat men ook duidelijk merken dat fraudeurs zwaarder aangepakt zullen worden. Niet alleen wil men versneld werk maken van de ‘realtime reporting’ daar digitale koppelingen met o.a. witte kassa’s en peppol-facturen, maar men zal fraudeurs ook strenger aanpakken.

              De BBI wordt sterkt uitgebreid, het Centraal Aanspreekpunt bij de Nationale Bank wordt makkelijker raadpleegbaar, internationale gegevensuitwisseling zal blijven toenemen én gebruikt worden. Ook de datamining wordt opgeschroefd. Niet indienen van aangiften (BTW en inkomstenbelasting) wordt strenger bestraft. Daarnaast dient wel gezegd dat een nieuwe regularisatiemogelijkheid in het leven wordt geroepen.

              Tip à Let op, fraude zal strenger beboet worden; het uitblijven van boete speelt enkel bij goede trouw. We stellen vast dat fraude en kwaad opzet sneller in het spel zijn dan je zelf zou denken; een privé afwenteling van kosten op de vennootschap is immers misbruik van vennootschapsgoederen én fraude! Het op factuur zetten van het schoolmateriaal of smartphone van je kinderen is niet zo onschuldig als je zou denken! Ook dit soort fraude wordt (vandaag reeds) strenger aangepakt en bestraft. Met de realtime reporting (peppol) zal de fiscus privé kosten veel sneller en makkelijker kunnen onderscheppen. Hoog tijd dat we allemaal goed leren het verschil te maken tussen een privé kost en een beroepskost!

              Bij vragen: contacteer ons gerust!

              Terugbetaling thuis getankte elektriciteit – nog maar eens!

              Elektrische voertuigen winnen aan populariteit, en daarmee groeit de nood aan een duidelijke fiscale regeling voor thuis laden. Gelukkig heeft de FOD Financiën met circulaire 2024/C/77 eindelijk meer zekerheid en een pragmatische aanpak geboden voor de terugbetaling van thuis getankte elektriciteit. Wat betekent dit voor u als werkgever of zelfstandige bedrijfsleider? Hier volgt een overzicht van de belangrijkste punten.

              Hoe zit het met de fiscaliteit?

              De circulaire bevestigt jammer genoeg het onderscheid tussen drie types verplaatsingen (wat het verschil is tussen thuis getankte energie en elektriciteit getankt via een laadpas aan een laadpaal, en dus altijd inbegrepen zit in het voordeel alle aard van een bedrijfswagen met tankkaart, blijft mij nog steeds een raadsel):

              1. Professionele verplaatsingen:
                • Vergoedingen voor elektriciteit blijven onbelast, op voorwaarde dat ze gebaseerd zijn op de werkelijke kosten.
              2. Woon-werkverplaatsingen:
                • Voor werknemers is de vergoeding vrijgesteld tot een bedrag van €500 per jaar (aanslagjaar 2026). Voor bedrijfsleiders gelden deze vrijstellingen niet; zij moeten dit als een voordeel alle aard (VAA) aangeven.
              3. Privéverplaatsingen:
                • Hier wordt de vergoeding beschouwd als een bijkomend VAA, belastbaar op basis van het werkelijk terugbetaalde bedrag.

              Een tijdelijke uitzondering tot eind 2025

              De circulaire biedt gelukkig een tijdelijke oplossing om de administratieve last te verminderen, en dit in afwachting van (hopelijk) verder voortschrijdend inzicht door de administratie. Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geldt een uitzondering waarbij:

              • Geen onderscheid wordt gemaakt tussen het type verplaatsing (beroepsmatig, woon-werk of privé).
              • De terugbetaling mag gebeuren aan een forfaitair bedrag per kWh, gebaseerd op de CREG-tarieven. Voor Q1 2025 zijn deze:
                • Vlaams Gewest: €0,2822/kWh
                • Brussels Gewest: €0,3294/kWh
                • Waals Gewest: €0,3256/kWh

              Wat zijn de voorwaarden?

              Om van deze uitzondering te genieten, moet u voldoen aan:

              1. Registratie van elektriciteitsverbruik:
                • Dit kan via een laadpaal of een voertuigapplicatie die het thuisverbruik en de laadlocatie registreert.
              2. Gebruik van werkelijke kosten:
                • Hoewel de circulaire werkelijke kosten vereist, kan tijdelijk het forfaitaire CREG-tarief gebruikt worden.
              3. Beperkte geldigheid:
                • Deze regeling is geldig tot 31 december 2025. Daarna wordt opnieuw bekeken of een verlenging nodig is.

              Waarom is dit belangrijk?

              Deze tijdelijke regeling zorgt voor duidelijkheid en een administratieve vereenvoudiging, wat cruciaal is in een tijd waarin vergroening en elektrificatie van het wagenpark steeds belangrijker worden. Toch blijft er onduidelijkheid over de lange termijn, bijvoorbeeld rond de verschillen tussen laadpassen en terugbetalingen van thuis geladen elektriciteit.

              Onze aanbevelingen

              Zorg dat u een systeem implementeert om thuisladen te registreren. Dit voorkomt discussies over vergoedingen. Als er discussies komen met controleurs, zal het allicht draaien rond de bewijskracht van aangeleverde documenten of metingen.

              Heeft u vragen over de terugbetaling van thuis geladen elektriciteit of andere fiscale thema’s? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag verder!

              Forfaitaire terugbetaling thuis opladen bedrijfswagen nu mogelijk met VREG-tarief

              Goed nieuws voor wie zijn elektrische bedrijfswagen thuis oplaadt: vanaf nu kan je een forfaitaire vergoeding ontvangen op basis van het gemiddelde VREG-tarief. De minister van Financiën bevestigde recent dat je, bij gebrek aan een aparte meter voor je laadpaal, mag uitgaan van dit gemiddelde elektriciteitstarief van de VREG voor het terugbetalen van je laadkosten. Voor een gewone gezinswoning ligt dit gemiddelde tarief momenteel rond de €0,33 per kWh, en het daalt naarmate het totale verbruik stijgt.

              Wil je weten welk tarief voor jou geldt? Het VREG-tarief is hier te vinden: dashboard.vreg.be/report/DMR_Prijzen_elektriciteit.html. Aan de linkerkant kies je de situatie die het best overeenkomt met je laatste energieafrekening. Tip: maak een afdruk van de pagina om dit als referentie te bewaren.

              Wij raden voorlopig aan om stroom opgewekt via zonnepanelen ook tegen het VREG-tarief door te rekenen, tot er duidelijke regels komen die het eenvoudig houden én misbruik vermijden.

              Met deze regeling wordt de administratie alvast een stuk eenvoudiger, maar wil je zeker zijn dat je correct handelt? Neem gerust contact met ons op; we helpen je graag met de details en administratie!

              bron: Terugbetaling elektrisch laden forfaitair geregeld | Liantis

              Laatste kans op subsidie voor bodemsanering van garages

              Heeft u een garagebedrijf, carrosserie of landbouwmechanisatiebedrijf met bodemverontreiniging door olietanks of spuitcabines? Dan biedt Tersana een laatste kans om uw saneringskosten tot 40% te verlagen via een subsidie van de Vlaamse overheid.

              De deadline voor aanmelding is 31/12/2024, en Tersana neemt het volledige saneringsproces uit handen, zodat u zich geen zorgen hoeft te maken over de complexe procedure. Niet zeker of u in aanmerking komt? Doe de test op de website van Tersana en ontdek uw mogelijkheden.

              bron: Subsidie voor bodemsanering | Bodemsaneringsfonds | Tersana

              Hoe hou je je boekhouder gelukkig? Tips uit de praktijk!

              Administratie… Het is niet altijd even leuk, maar het hoort er nu eenmaal bij. Toch merken we dat er soms situaties ontstaan waarin we een paar extra grijze haren krijgen. Hoe komt dat? Simpele foutjes of onhandigheden die je administratie net wat ingewikkelder maken dan nodig is. Maar geen zorgen! We hebben een aantal tips en voorbeelden verzameld—met een knipoog—over hoe je je administratie kunt stroomlijnen en je boekhouder blij houdt.

              1. Lever je bonnetjes en facturen netjes in We snappen het: die bonnetjes lijken altijd te verdwijnen in de krochten van je auto, je jaszak of ergens in een lade. Maar wist je dat een gemist bonnetje ervoor zorgt dat je boekhouder detective moet spelen? En hoe meer tijd we daaraan besteden, hoe hoger de factuur wordt. Het helpt echt als alles op tijd en compleet wordt ingeleverd! Kleine ticketjes… gebruik de Yuki of Exact app en met een fotootje ben je ervan af.

              2. Betaal facturen in één keer (als het kan) Soms worden betalingen verdeeld over meerdere transacties, of worden factuurnummers vergeten. Begrijpelijk, want er is altijd wel iets dat meer aandacht vraagt. Toch wordt het voor ons een ware puzzel om alles weer bij elkaar te zoeken. Probeer dus, waar mogelijk, betalingen simpel en overzichtelijk te houden. Staat er een gestructureerde mededeling op de factuur, gebruik die dan zeker! Wil je maximaal ontzorgd worden, domiciliëringen maken je het leven makkelijker.

              3. Gebruik je Mastercard met een plan Een lunch hier, wat kantoorbenodigdheden daar… alles op de Mastercard zetten lijkt handig. Maar als die bonnetjes niet aan de juiste betaling gekoppeld worden, kan het flink wat tijd kosten om alles weer op de juiste plek te krijgen. Een beetje structuur helpt ons enorm om je administratie overzichtelijk te houden. Bancontact betalingen zien we liever dan kredietkaarten…

              4. Aankopen via marktplaatsen? Let op de details Veel ondernemers gebruiken marktplaatsen zoals Bol.com of Amazon voor hun inkopen. Hartstikke handig! Maar pas op dat je geen particuliere account gebruikt voor zakelijke aankopen. Dat kan problemen veroorzaken bij de BTW-aangifte, en dat willen we natuurlijk voorkomen. Met een zakelijke account en de juiste facturen blijft je administratie netjes en boetevrij. Zorg ook dat je altijd de facturen ophaalt uit het portaal van die sites, want de betaalbevestiging die Amazon of Bol.com je geeft, is geen geldige factuur!

              5. Een vaste bezoldiging houdt het simpel We begrijpen het, soms wil je je salaris een beetje bijstellen. Maar als dat elke maand wisselt, moet je boekhouder iedere keer alles opnieuw uitzoeken en controleren. Een vaste maandelijkse bezoldiging scheelt ons veel werk (en jou uiteindelijk ook kosten).

              Een vlekkeloze administratie: win-win! Boekhouden is teamwork! Met een beetje extra aandacht voor de administratie, kunnen wij ons focussen op wat echt belangrijk is: je bedrijf helpen groeien. Kleine verbeteringen in je administratieve processen besparen niet alleen tijd, maar ook geld. En een georganiseerde boekhouding maakt ons allebei gelukkiger!

              tekst en afbeelding met dank aan ChatGPT

              Peppol – wat moet je weten?

              Vanaf 1 januari 2026 worden Belgische ondernemingen verplicht om hun B2B-facturen via het Peppol-netwerk te versturen. Dit netwerk zorgt voor een gestandaardiseerde en veilige manier om facturen en andere documenten digitaal uit te wisselen. Deze nieuwe regelgeving vraagt echter dat bedrijven hun facturatieprocessen tijdig onder de loep nemen. Ben jij er al klaar voor?

              Wat verandert er voor uw facturatie?

              Momenteel stellen veel bedrijven hun facturen op in Word, Excel of PDF. Dit zal vanaf 2026 niet meer voldoende zijn voor B2B-facturatie in België. Om jouw facturen via Peppol te versturen, heb je specifieke software nodig die aan de Peppol-standaarden voldoet. Dit type software maakt een gestructureerd bestand aan dat correct kan worden verzonden via het Peppol-netwerk. Daarnaast heb je toegang tot een “Peppol access point” nodig om jouw facturen te kunnen versturen, alsook een “Peppol access point” om jouw aankoopfacturen te kunnen ontvangen. Dit wordt doorgaans ook voorzien door de juiste softwarepakketten.

              Gebruik je al een facturatie- of ERP-systeem? Dan is het belangrijk om bij uw softwareleverancier na te vragen of jouw pakket klaar is voor de overstap naar Peppol. Bovendien kan het nuttig zijn om te controleren of je aparte Peppol-toegangspunten kunt instellen voor verkoop- en aankoopfacturen, afhankelijk van hoe je jouw processen wil inrichten.

              Wat zijn de voordelen van Peppol?

              Peppol biedt meer dan enkel een nieuwe manier om facturen te versturen. Het systeem maakt de facturatie efficiënter en betrouwbaarder. Een groot voordeel is dat je geen discussie meer zult hebben over het al dan niet ontvangen van een factuur. Alles wordt namelijk veilig en direct via het netwerk verstuurd. Bovendien komen jouw aankoopfacturen vanaf 2026 automatisch binnen in uw Peppol-portaal. Dat betekent minder handmatig werk en minder kans op fouten bij het verwerken van deze facturen.

              Peppol biedt ook mogelijkheden om uw documentenstroom te herbekijken en verder te digitaliseren. Het kan de perfecte gelegenheid zijn om uw administratieve processen te optimaliseren en te automatiseren. Hierdoor werkt je efficiënter en win je tijd, die je in jouw kernactiviteiten kunt steken.

              Geen paniek… wij gaan u helpen!

              Om de overstap naar Peppol zo vlot mogelijk te laten verlopen, zullen wij al onze klanten binnenkort persoonlijk informeren over de beste oplossing op maat van hun bedrijf. Afhankelijk van hoe digitaal je nu werkt, zijn er verschillende opties. Van eenvoudige pre-accounting tools tot volledig geïntegreerde ERP-oplossingen: wij helpen je om de juiste keuze te maken.

              Heb je een eigen ERP of facturatiepakket? Dan zullen we samen met jou en jouw softwareleverancier de nodige stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat u volledig Peppol-klaar bent tegen de deadline.

              Wat nu?

              Wij staan klaar om je te begeleiden bij de overgang naar Peppol. Binnenkort ontvang je van ons een persoonlijke update met ons advies en de opties die het best passen bij jouw situatie. Heb je nu al vragen over Peppol of over de software die u nodig heeft? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen je graag verder!

              Pensioenbonus: hoe langer werken je extra geld oplevert

              Wat is de Pensioenbonus?
              Heb je al recht op pensioen, maar ben je van plan om nog even door te werken? Dan kun je vanaf 1 juli 2024 een mooi extraatje verdienen met de nieuwe pensioenbonus. Dit is een extra nettobedrag dat bovenop je pensioen komt als je besluit om langer te werken.


              Hoe werkt de Pensioenbonus?
              Je bouwt de pensioenbonus op als je doorwerkt na de datum waarop je voor het eerst met pensioen zou kunnen gaan. Deze opbouwperiode duurt maximaal drie jaar. Hoe langer je doorwerkt, hoe hoger de bonus. De bonus wordt automatisch berekend en uitgekeerd wanneer je met pensioen gaat.


              Wie komt in aanmerking?
              Iedereen die nog niet met pensioen is en ervoor kiest om langer te werken, kan de pensioenbonus opbouwen. Dit geldt voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Zelfs als je deeltijds werkt, bouw je een proportionele bonus op.


              Voorwaarden en details

              Opbouwperiode: Start vanaf 1 juli 2024.
              Eerste pensioenbonus: Je mag ten vroegste met pensioen gaan op 1 januari 2025 om recht te hebben op de bonus.
              Opbouwtijd: Maximaal drie jaar, waarbij elke gewerkte dag meetelt.
              Uitbetaling: Standaard wordt de bonus in één keer uitgekeerd, maar je kunt ook kiezen voor maandelijkse betalingen.


              Bonusbedragen
              De hoogte van de bonus hangt af van je aantal loopbaanjaren. Als je bijvoorbeeld minder dan 43 jaar hebt gewerkt op je vroegste pensioendatum, bouw je de bonus op aan het basisbedrag. Voor voltijds doorwerken na de vroegste pensioendatum ziet de opbouw er als volgt uit:

              Na 1 jaar: €3.927,51 netto
              Na 2 jaar: €7.855,02 netto
              Na 3 jaar: €11.782,53 netto

              Bij een langdurige loopbaan ontvang je hogere bedragen. Er is echter een plafond: de totale som van je pensioen en de bonus mag niet meer bedragen dan €8.129,08 bruto per maand.


              Uitbetaling en erfenis
              Je kunt kiezen voor een eenmalige of maandelijkse uitbetaling van de bonus. Als je komt te overlijden voordat de bonus is uitgekeerd, hangt het recht op uitbetaling af van het moment en de gekozen uitbetalingswijze.


              Met deze pensioenbonus word je beloond voor langer doorwerken, zodat je met een extraatje kunt genieten van je pensioen.