Cryptomunten… wat moeten we ermee?

Cryptomunten roepen vandaag best wel wat vragen op… niet alleen bij de boekhouder maar ook bij onze klanten. Het is inderdaad niet altijd even simpel bestaande rechtsregels los te laten op dit allegaartje van digitale toepassingen. Het feit dat wetgever, rechtbanken, adviesinstanties zoals de Nationale Bank, rulingcommissie of Commissie voor Boekhoudkundige Normen, steeds achter de feiten aan hollen, maakt het er niet simpeler op. Recent werden zo rulings afgeleverd die inmiddels al door de realiteit achterhaald zijn.

We beginnen met ons besluit: als je niet weet waar je mee bezig bent, blijf er dan af. Ondanks het groeiend succes van cryptomunten, blijft de hele sfeer errond toch hangen in onzekerheid, speculatie, juridische vaagheid. Zeker in vennootschappen horen crypto’s mijns inziens niet thuis – tenzij je er je beroepsactiviteit rond bouwt (bij voorbeeld de consultant inzake digitale currencies). Daarnaast kunnen internationaal opererende bedrijven vandaag mogelijks zinvol met crypto’s omgaan als betaalvehikel.

Vergeet niet dat alle reguliere instanties (zoals banken, fiscus, boekhouders, …) nog steeds opdracht hebben om met de nodige argwaan naar deze structuren te kijken. Een bankier vertelde me onlangs dat (grote) vermogens afkomstig van crypto’s bij hun instelling niet aanvaard werden… wat ben je met veel crypto’s als je het niet vertaald krijgt naar standaard besteedbare euro’s?

Voor zij die er zich toch aan willen wagen, hierbij hetgeen we vandaag weten over hoe de overheid kijkt naar dergelijke instrumenten.

Personenbelasting

  • Trading in virtuele currencies wordt aanzien als speculatief; winsten zullen dus vrij snel het etiket krijgen van belastbare (speculatieve) meerwaarden. Het blijft moeilijk controleurs overtuigd te krijgen van het ‘normale beheer van een privévermogen’ inzake crypto’s.
  • Indien de transacties en geldstromen dermate ingewikkeld worden of veelvuldig plaatsvinden, zal de fiscus des te sneller argumenteren dat het om een beroepsinkomen gaat (marginaal tarief en sociale bijdragen).
  • Over in welke mate minderwaarden/verliezen aftrekbaar zijn van diverse of beroepsinkomen is ook het laatste woord nog niet gezegd – daar lijken we de visie te kunnen onderschrijven dat het, aangezien het niet om aandelen gaat, dat minderwaarden aftrekbare kosten zijn (zie ook ruling 2018.0310 dd 8/5/2018).

Vennootschapsbelasting en -boekhouding

  • Het meest recente advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (2021/16) stelt dat cryptomunten geboekt dienen te worden als een diverse vordering (dus geen geldbelegging en al zeker geen liquide middelen). We stellen ons vragen bij deze kwalificatie… maar het geeft wel opnieuw aan hoe de officiële structuren kijken naar crypto (‘verdacht, onzeker, volatiel, …’). Deze benadering van de CBN gaat voor een stuk voorbij aan het feit dat vandaag sommige cryptomunten dagdagelijks gebruikt kunnen worden in het reguliere commerciële circuit (net zoals een bankrekening). Ook hier zal er allicht in de toekomst wat ‘voorschrijdend inzicht’ zijn.
  • Meerwaarden zijn belastbaar, minderwaarden normaliter aftrekbaar. Let wel dat je goed moet kunnen bewijzen hoe de bedragen verwerkt zijn en hoe je de koers kan bewijzen.

Hoe het er ook voorstaat, crypto’s zijn here to stay. Een duidelijkere omkadering van zowel boekhoudkundige als fiscale verwerking dringt zich op. In tussentijd blijft advisering errond veel boekhouders kopzorgen geven.

6% BTW op installatie zonnepanelen en warmtepompen

Eéntje om aandachtig te lezen: van 1 april 2022 tot 31/12/2023 geldt een verlaagd BTW tarief van 6% voor de levering met installatie van zonnepanelen, warmtepompten en zonneboilers in de onmidddellijke nabijheid van de woning. Meer info en voorwaarden op de site van de overheid.

Misschien de moment om toch maar de aanschaf te overwegen…

6% BTW bij afbraak en heropbouw woning

Eind 2020 voerde de overheid een tijdelijke BTW korting in voor wie zijn enige en eigen woning liet bouwen via afbraak en heropbouw.

Deze regeling zou oorspronkelijk slechts gelden voor facturen tot uiterlijk 31/12/2022.

De overheid besliste echter recent de regeling met een jaar te verlengen, te weten tot 31/12/2023.

De laadpaal – hoe zit het nu?

De administratie heeft inmiddels haar uitgebreide circulaires in omloop gebracht… tijd om even kort de krachtlijnen weer te geven.

De plaatsing van de paal

Het plaatsen van een laadpaal aan het bedrijf voor bedrijfsleiders, werknemers en klanten

BTW: 100% aftrekbaar
Vennootschapsbelasting: 100% aftrekbaar (+ mogelijkheid tot 200% aftrekbaar indien de laadpaal aan voorwaarden voldoet, waaronder publiek toegankelijk via platform en slimme digitale aansturing)

Het plaatsen van een laadpaal bij een werknemer of bedrijfsleider thuis (met factuur gericht aan bedrijf)

BTW: BTW beperkt tot het beroepsmatig gebruik van de wagen van de werknemer/bedrijfsleider (met belangrijke opmerking dat de maximale aftrek van 50% niet geldt – dus bij een beroepsgebruik van 70% is de BTW over de thuis geplaatste laadpaal dus ook 70% aftrekbaar)
Vennootschapsbelasting: 100% aftrekbaar én er wordt geen voordeel alle aard weerhouden bij de werknemer/bedrijfsleider

Wat met de energiekosten (het tanken)

‘Tanken’ aan een laadpaal bij het bedrijf

BTW: Indien afname individueel per voertuig kan opgevolgd worden, dan aftrekbaar ten belope van het BTW-aftrekpercentage voor dat voertuig (met beperking max 50%). Indien afname niet individueel kan gemeten worden, dan BTW beperkt “onder toezicht van de administratie”. Het lijkt ons praktisch om desgevallend 35% (forfaitaire aftrek) te nemen. Opgelet: het blijft wel belangrijk dat steeds moet kunnen aangetoond worden wie er afneemt (het moet uiteindelijk om beroepsmatige ‘tankbeurten’ gaan). Opgelet: indien de energie aangerekend wordt via een platform voor laadpalen (en de tanker dus zijn energie betaalt), is de BTW uiteraard volledig aftrekbaar.
Vennootschapsbelasting: Aftrek beperkt (dus te verwerpen i.f.v. aftrekbeperking van de wagen). Indien niet individueel opvolgbaar welk voertuig er tankt, dan o.i. maximaal beperkt (kleinste aftrek).

‘Tanken’ bij de werknemer/bedrijfsleider thuis

BTW: Aangezien de energiefactuur allicht naar werknemer of bedrijfsleider privé gestuurd wordt, zal er geen BTW aftrek mogelijk zijn. Er zijn in de circulaire mogelijkheden inzake aftrek voorzien indien de energie rechtstreeks aan het bedrijf wordt gefactureerd, wat allicht kan via een beheersplatform voor laadpalen, maar dat leidt ons in dit beperkt artikeltje te ver.
Vennootschapsbelasting: Hiervoor kan ik verwijzen naar dit blogartikeltje (3 voorwaarden: enkel mits ook laadpaal ter beschikking wordt gesteld, de laadpaal heeft een specifiek communicatiesysteem ter opvolging, voorzien in de car policy).

Er is nog steeds wel wat mist…

Ondanks de uitgebreide circulaires, die best wel veel mogelijke combinaties of situaties belichten, blijven we toch hier en daar nog wat op onze honger zitten.

Wat bij voorbeeld met de vele freelance-vennootschappen waar de maatschappelijke zetel meteen ook de privéwoning van de bedrijfsleider is. Zal de fiscus dit aanzien als “op het bedrijf” (met 100% BTW aftrek) dan wel als “privé woning van de bedrijfsleider” (met beperking BTW tot beroepsgebruik van de wagen). Het lijkt ons, de administratie kennende, dat dit eerder optie 2 zal zijn 😉

Het is ook jammer dat er weinig aandacht wordt besteed aan éénmanszaken… Ook hier is de aftrek en fiscale regeling niet altijd even duidelijk.

Tot slot stellen we ons, verwijzend naar de terugbetaling van de energiekosten aan werknemer/bedrijfsleider, terecht vragen over de pragmatiek van de in de circulaire voorgestelde oplossing. Het lijkt ons niet meer dan normaal dat ook energie die vergoed wordt via een gewoon stopcontact aan de voorwaarden voldoet inzake terugbetaling kosten van de werkgever… de fiscus ziet het zo dus niet. Het zal wat afwachten worden hoe streng dit in praktijk zal bekeken worden.

Ondertussen heeft de minister daarover al verklaart dat het plaatsen van een ‘tussenteller’ inderdaad kan volstaan, maar het blijft belangrijk dat die tussenteller ook bijhoudt welk voertuig er tankt.

Dat de fiscus zich met deze circulaire nogal streng opstelt, is uiteraard mede te verklaren door het toenemend succes van de elektrische wagen. Men wil absoluut vermijden dat particulieren (lees echtgenote, kinderen, buurman) met hun wagen komen tanken op kosten van de belastingbetaler. Wil je problemen vermijden, kan je dus toch best opteren voor een goede laadpaal voorzien van laadpas of communicatiesysteem zodat vrij probleemloos kan aangetoond worden welke wagen hoeveel energie ‘getankt’ heeft.

Bronnen:
Circ. 2021/C/113 van 20/12/2021
Vr. en Antw. Kamer 2020-21, nr. 55-060, 159
Integraal Verslag kamercommissie Financiël 16/2/2022, CRIV 55 COM 701, 20)

VVPR bis: belangrijke wijzigingen op til

Toevoeging 19/12/2021 – na publicatie van de wettekst blijkt dat er geen nieuwe wachtperiode zal beginnen lopen vanaf volstorting. zie o.a. hier.

Er bestaan vandaag 2 fiscale regimes die toelaten om het standaard tarief inzake roerende voorheffing op dividenden (30%) te verlagen tot 15%

Enerzijds is er de liquidatiereserve: kort samengevat, je betaalt 10% in het jaar dat je de winst behaalde; je wacht 5 jaar, en dan kan je uitkeren aan 5% (5+10 = 15%). Nadelen: je moet voor elk jaar 5 jaar wachten én je moet 10% op voorhand betalen.

Daarnaast bestaat er het regime van VVPRbis aandelen. VVPR staat voor “Verlaagde Voorheffing – Precompte Réduite. Aandelen die werden uitgereikt in kader van inbrengen in geld vanaf 1/7/2013 door kleine vennootschappen krijgen dit voordeel. Dividenden uitgekeerd aan deze aandelen genieten vanaf het vierde jaar na inbreng het tarief van 15%. Het voordeel is dus dat je slechts éénmaal de wachtperiode moet ondergaan (van 4 jaar), en dat je geen vooruitbetaling moet doen van een deel van de roerende voorheffing.

Echter, wij hebben altijd onze klanten op het hart gedrukt dat deze VVPRbis maatregel een erg labiele maatregel is (hij noemt ‘bis’ voor een reden). Deze maand lijken we ‘prijs’ te hebben.

Aanvankelijk gold voor VVPRbis aandelen dat er minstens 18.600 euro kapitaal moest ingebracht worden. Onder het oude BVBA-regime gold een minimumkapitaal van 18.600€, waar bij start van de vennootschap slechts 6.200€ (of bij éénhoofdige vennootschap 12.400€) moest volstort worden. In de gevallen dat het kapitaal niet onmiddellijk volstort werd bij opstart van de vennootschap, stelde de fiscale wet dat het voldoende was om het kapitaal te volstorten vóór de dividenduitkering. Concreet: je startte in 2014 met 6.200€; je wachtte 3 boekjaren, in het vierde boekjaar volstortte je het kapitaal tot 18.600 euro; en je mocht daags nadien een dividend uitkeren met toepassing van het lage tarief van 15%.

In 2019 wijzigde de vennootschappenwet, waardoor het minimumkapitaal wegviel. Plots werd het mogelijk voor de opgerichte BVBA’s om hun niet-opgevraagde kapitaal via een kapitaalsvermindering te schrappen. Het saldo van inbreng (6.200€) dat overbleef, voldeed aan alle voorwaarden inzake VVPRbis. Nogal wat vennootschappen verlaagden dus hun kapitaal en deden alsnog nadien een dividenduitkering aan verlaagd tarief van 15%.

Wat ligt er nu op het (fiscale) kapblok?

De fiscus gaf tot begin dit jaar zelf toe dat beide hiervoor vermelde oplossingen konden (volstorting kapitaal net voor dividenduitkering én vermindering van het kapitaal conform het nieuwe wetboek vennootschappen).

Maar dat is buiten de regering gerekend… in een recent amendement op een wetsontwerp lanceert ze het voorstel om beide ‘achterpoortjes’ te sluiten.

Concreet

  • Indien aanvankelijk een inbreng van 18.600 werd gedaan, mag dit niet verminderd worden (ttz, de aandelen verliezen daardoor hun VVPRbis statuut); een kapitaalsvermindering (oa door vrijstelling van volstortingsplicht) is dus niet meer toegestaan
  • De wachttijd van 3 boekjaren begint pas te lopen vanaf volstorting van het kapitaal

Welke acties te ondernemen

Het wetsontwerp voorziet een overgangsregeling voor die vennootschappen die reeds hun kapitaal verminderden conform het nieuwe vennootschappenrecht. Deze vennootschappen hebben tot eind 2022 om hun kapitaal alsnog opnieuw te verhogen tot het oorspronkelijke bedrag. Het is niet duidelijk of voor deze vennootschappen dan alsnog een nieuwe wachtperiode van 4 jaar begint te lopen.

Voor vennootschappen die thans nog niet volstort kapitaal hebben, én al wel drie jaar wachtperiode doorlopen hebben, is het zeker aan te raden nog deze maand een dividenduitkering aan 15%  te doen. De nieuwe regeling zou pas gelden voor dividenden vanaf 1/1/2022. Dividenden deze maand uitgekeerd volgen nog de oude regeling… deze vennootschappen dienen dus best nu hun kapitaal te volstorten, gevolgd door een dividenduitkering van 15%. Keren ze nu niet uit, zullen ze moeten wachten tot ze opnieuw 3 boekjaren verder zijn.

Uiteraard neemt u best geen drastische maatregelen alvorens dit eerst met uw dossierbeheerder te bekijken. Heb je vragen, opmerkingen, of zie je niet meteen waar dit over gaat dan wel of het u al dan niet impacteert, contacteer ons dan zeker!

Opmerkingen:

  • Dit artikel werd gepend op basis van een wetsontwerp. Thans lopen nog onderhandelingen en ook de definitieve tekst is nog niet gekend. Volg de actualiteit op alvorens u beslissingen neemt.
  • In bovenstaand artikel nam ik telkens het woord “kapitaal” in de mond – dit is nog steeds de best herkende term als het gaat over de inbreng in geld in vennootschappen. Volledigheidshalve geef ik mee dat sinds de hervorming van het vennootschapsrecht, de correcte term “inbreng” is. Eveneens nam ik wat afrondingen in de mond voor wat betreft het vroegere minimumkapitaal.

Aftrekbare autokosten… wie ziet door de jungle het bos nog?

De aftrekbaarheid van autokosten zal tot 2030 een ingewikkeld kluwen zijn van diverse regeltjes die elkaar doorkruisen… In dit artikeltje snij ik vele bochten af en probeer de kern van de zaak mee te delen. Wie er het fijne van wil weten, met alle nuances en uitzonderingen op de uitzondering, die kan ik verwijzen naar deze site van Leaseplan.

  1. Enkel volledig elektrische wagens blijven 100% fiscaal aftrekbaar, en enkel als die elektrische wagen wordt aangekocht voor 31/12/2026
  2. De fiscale aftrek van elektrische wagens daalt geleidelijk aan voor wagens gekocht na 1/1/2027; om in 2032 uit te komen op een aftrek van 67,5%
  3. Auto’s gekocht voor 1/7/2023 behouden de huidige regeling (voorlopig ‘onbeperkt’)
  4. Vanaf 1/1/2023 zijn brandstofkosten (naft/diesel) voor hybride wagens nog maar 50% aftrekbaar (nu volgen die de aftrekregeling van de wagen)
  5. Auto’s gekocht tussen 1/7/2023 en 31/12/2025 hebben tot 31/12/2024 de huidige regeling; vanaf 1/1/2025 wordt voor deze wagens de maximumaftrek 75% (opgelet: volledig elektrische wagens zijn wel 100% aftrekbaar, zie puntje 1). Vanaf 1/1/2026 daalt deze maximumaftrek verder naar 50%, en het jaar nadien (2027) naar 25% en tot slot (in 2028) naar 0% aftrek.
  6. Voor auto’s gekocht vanaf 1/1/2026 is er geen aftrek meer(opgelet: zie puntje 1 voor volledig elektrische wagens)

Dus wat is dan het advies?

Heb je een afkeer van elektrische voertuigen (“nooit nie”); koop dan zeker voor 1/7/2023 nog een nieuwe personenwagen… zo behoud je het langst de huidige (relatief gunstige) regeling (zeker als je wat let op de CO2 uitstoot).

Wil je wel elektrisch rijden, maar kijk je nog graag de kat uit de boom… dat kan zeker. Je bent wel best om je nieuwe, volledig elektrische wagen, aan te kopen uiterlijk in 2026 (da’s dus nog wel even).

Wat je beter vermijdt, is het aankopen van een nieuwe wagen (naft/diesel/hybride) na 1/7/2023. Voor die wagens zal de fiscale kost zeker na 2026 toenemen.

Enkele opmerkingen:

  • Ik verwijs telkens naar kalenderdata; de wet heeft het veeleer over aanslagjaren, wat een verschil kan maken bij gebroken of gewijzigde boekjaren
  • Dit artikel handelt over autokosten bij bedrijfswagens in vennootschappen, en niet over de aftrek van autokosten bij éénmanszaken
  • Het gaat om personenwagens; de regeling voor bedrijfswagens blijft voorlopig onaangeroerd
  • ‘aangekocht’ voor… het blijft afwachten of de datum van de bestelbon geldt, dan wel dat de wagen moet ingeschreven zijn. Bij een vorige regeling (2018) weerhield de fiscus de datum van de aankooporder… laat ons hopen dat dit ook nu zo zal gelden
  • Voor bedrijfswagens ter beschikking gesteld aan werknemers zal in de komende jaren ook de sociale solidariteitsbijdrage danig toenemen (in sommige gevallen tot x5). Ook hier houd je best rekening mee.

Auteursrechten – wat ziet de fiscus niet zitten?

Het systeem van de vergoeding van auteursrechten, dat voorziet in een belasting van 7,5% (ja, je leest het goed), is de laatste jaren enorm in populariteit gestegen. Wat aanvankelijk bedoeld leek voor journalisten en auteurs, bleek al snel een systeem waar tal van beroepen zich op konden beroepen. Een auteursrecht ontstaat nu éénmaal vrij ‘snel’… een simpel blogtekstje typen volstaat 😊   (en ja, deze zijn ©

De fiscus ergert zich reeds enige jaren aan het groeiende succes, en poogt steeds vaker de stempel van auteursrechten te verwerpen. Alhoewel het blijft uitkijken naar rechtspraak die het begrip (fiscaal) afbakent, kunnen we al wel meegeven hoe de Rulingcommissie zich recent opstelt t.o.v. auteursrechten.

In volgende scenario’s meent de Rulingcommissie dat er geen sprake kan zijn van auteursrechten:

  • Zelfgemaakte foto’s voor een flyer à puur publicitair karakter waardoor de werken niet beschouwd kunnen worden auteursrechtelijk beschermd
  • Schrijven van adviezen/rapporten à is een “puur weergeven van feitelijkheden en zijn gericht op het geven van individueel advies”
  • Opstellen van meetplannen door een landmeter à technisch, geen eigen creatieve inbreng

Kort samengevat, wat ziet de fiscus niet als auteursrechtelijk beschermde werken:

  • Werken gericht aan één lezer of die een onvoldoende breed ‘publiek’ hebben (denk aan studies, adviezen, rapporten, …; zelfs als die uit honderden pagina’s bestaan)
  • Werken die slechts een weergave of synthese zijn van feitelijkheden (denk aan handleidingen, synthese-rapporten, expertise-studies, …)

Wat kan o.i. nog wel (opgelet: het gaat telkens over de vergoeding voor de overdracht van de auteursrechten):

  • Journalistieke teksten met voldoende creatieve inbreng
  • Boeken
  • Architectenplannen voor vastgoed met een voldoende uniek/artistieke/creatieve bijdrage
  • Softwareprogrammeurs (hier is de berekening van de waarde van de vergoeding voor overdracht van het auteursrecht zeer belangrijk). De fiscus heeft het weliswaar moeilijk met de ‘gemakkelijke’ codeerders (zoals bv macro’s ontwerpen in excel – hiervoor zal men niet snel de piste van de auteursrechten volgen).

Wil je nog voor grote bedragen auteursrechtenregeling toepassen, dan lijkt een voorafgaande ruling toch geen overbodige luxe. Blijft verder de vraag wanneer de wetgever de administratie een handje komt helpen… ook dat ligt in het verschiet.

6% BTW bij afbraak en heropbouw enige en eigen woning

Een bijzondere relance-maatregel betreft de mogelijkheid om gedurende 2 jaar (2021 + 2022) te genieten van het lage BTW tarief van 6% bij de afbraak van een oude woning gevolgd door heropbouw van een nieuwe. Voorwaarde is wel dat het om de enige en eigen woning gaat en dit tot 5  jaar na de eerste ingebruikname. Woningen in vennootschappen zijn uitgesloten van deze gunstmaatregel. Bovendien mag de woning na de werken maximaal 200m² groot zijn.

Let op; er bestaat reeds lang een mogelijkheid tot heropbouw aan 6% BTW. De oude regeling geldt voor elke woning binnen 32 centrumsteden, en heeft niet de voorwaarde dat het moet gaan om de enige en eigen woning. Valt uw onroerend goed dus in zo’n centrumstad, hoef je alvast niet verder te lezen. U kan perfect genieten van de oude, bestaande regeling.

De aard van het gebouw voor aanvang van de werken is irrelevant; zolang het nadien maar om een woning gaat. Bovendien is het verlaagd tarief ook mogelijk bij levering van een woning door een bouwpromotor, hetgeen niet mogelijk is in de alternatieve regeling (die van de 32 centrumsteden).

Vergeet de formaliteiten niet! Vóór aanvang van de werken dient een verklaring met bijlagen ingediend te worden bij de BTW-administratie. Een kopie van deze aanvraag dient aan elke aannemer bezorgd te worden; enkel dan kan die zijn factuur aan het verlaagde tarief uitreiken.

Zijn de werken reeds begonnen? Dan geldt een overgangsregeling. De bouwheer kan alsnog, voor 31 maart 2021, zijn verklaring indienen. Werken uitgevoerd in 2021 en 2022 mogen dan alsnog aan 6% BTW uitgevoerd worden.

We onthouden:

  • Afbraak en heropbouw in 2021 en 2022 (begin 2022 verlengd tot 31/12/2023)
  • Aannemingsdiensten maar ook levering door een bouwpromotor
  • Enige en eigen woning gedurende 5 jaar na eerste ingebruikname
  • Maximum 200m² (weliswaar met enkele kanttekeningen).

Hou in het achterhoofd:

  • Oude regeling blijft van kracht (32 centrumsteden)
  • Renovatie van oude woningen blijft van kracht

Meer info in de officiële FAQ