Het zomerakkoord brengt heel wat veranderingen die voor ondernemers voelbaar zullen zijn. Zo kunnen liquidatiereserves sneller worden uitgekeerd, maar iets minder voordelig dan vroeger. Het DBI-systeem voor beleggingen wordt strenger, met een nieuwe meerwaardetaks en bijkomende voorwaarden rond het loon van bestuurders. De grens voor het verlaagde vennootschapsbelastingtarief stijgt naar €50.000, waardoor een herziening van de loonpolitiek vaak nodig zal zijn. Vanaf 2026 komt er bovendien een belasting op meerwaarden in de personenbelasting (met enkele vrijstellingen), en wordt het voordelige auteursrechtenregime opnieuw uitgebreid naar IT’ers en creatieve digitale beroepen. Kortom: er staan belangrijke fiscale veranderingen op til die een impact kunnen hebben op uw loon, uw beleggingen en uw vergoedingsstructuren. We overlopen de belangrijkste wijzigingen even.
- Aanpassing aan de liquidatiereserve
Het standaardtarief roerende voorheffing van toepassing bij de uitkering van dividenden is 30%. Dividenden komen voort uit winsten na vennootschapsbelasting; de onderneming betaalde op die winsten dus ook haar 20% of 25% vennootschapsbelasting. De beiden gecombineerd geven een belastingdruk van net geen 50%. Een typisch Belgisch verhaal dus.
Er bestaan echter twee verlaagde tarieven voor de roerende voorheffing. Vennootschappen opgericht na 2013 kunnen vaak (er zijn enkele voorwaarden) genieten van het VVPRbis regime (Verlaagde Voorheffing Précompte Reduite). Zij betalen 15% roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden vanaf het derde jaar na oprichting.
Een tweede verlaagd tarief roerende voorheffing is het regime van de liquidatiereserve. Kleine ondernemingen kunnen kiezen om de netto winst van het boekjaar onder te brengen onder zo’n liquidatiereserve mits betalen van 10% anticipatieve heffing. Bij latere uitkering van die liquidatiereserve is een verlaag tarief roerende voorheffing van toepassing. Indien u de liquidatiereserve laat zitten tot aan de vereffening van de vennootschap, is er geen verdere roerende voorheffing verschuldigd (u betaalt dan, buiten die 10% anticipatieve heffing, niets meer).
De liquidatiereserves, waar u vroeger 5 jaar moest op wachten, kunnen thans al na drie jaar uitgekeerd worden. Het tarief stijgt wel van 5% naar 6,5%. Voor de bestaande reserves heeft u de keuze (vijf jaar wachten aan 5%, of reeds na 3 jaar uitkeren aan 6,5%). Voor alle nieuw aan te leggen liquidatiereserves is het steevast een wachttermijn van drie jaar aan 6,5%.
In een vorig blogartikel kan u wat meer informatie vinden.
- Aanpassing aan het DBI-systeem (Definitief Belaste Inkomsten – vooral gekend vanwege de DBI-Beveks waarin belegd kan worden)
Voor grote ondernemingen (de meeste van onze lezers mogen dus volgend paragraafje overslaan) wordt het DBI systeem op ontvangen dividenden of meerwaarden volledig afgeschaft voor alle aandelen (of fondsen) die als belegging aangehouden worden. DBI-aftrek blijft enkel mogelijk voor die aandelen die aangeschaft worden met een strategisch doel (impact op de onderneming waarvan men de aandelen aanhoudt) – noem het maar ‘actieve’ deelnemingen. Er is een uitzondering voor investeringen van meer dan 2,5mio.
Voor kleine ondernemingen werd er ook gesleuteld aan het DBI regime; belangrijkste nadeel is de nieuwe meerwaardetaks van 5% bij verkoop van het DBI-fonds. Weliswaar is het zo dat die aparte taks in de meeste gevallen niet van toepassing zal zijn – als de bank uw fonds terug inkoopt (wat meestal het geval is als je uitstaps uit zo’n fonds), speelt de meerwaardebelasting niet.
Daarnaast is de roerende voorheffing (30% – die bij uitkering van dividenden door het fonds ingehouden wordt door de Belgische bank) niet meer verrekenbaar met de vennootschapsbelasting indien er niet minsten één bestuurder een bezoldiging van 50.000 euro bruto ontvangt (zie ook hieronder). De roerende voorheffing op ontvangen dividenden uit een BDI-fonds wordt zo een bijkomende kost voor de onderneming.
- Wijzigingen aan de minimum-bezoldigingsregel
Sinds 2019 komen kleine vennootschappen in aanmerking voor het verlaagde tarief vennootschapsbelasting (20% in plaats van 25%), mits zij onder andere voldoen aan de minimum-bezoldigingsregel. Die regels telt dat minstens één bestuurder een loon van 45.000 euro moest ontvangen, of, indien de winst lager lag dan 45.000€, een bedrag gelijk aan de winst.
Het nieuwe zomerakkoord verschuift de grens naar 50.000€ (en met jaarlijkse indexatie). Daarnaast mag slechts 20% van het in aanmerking te nemen loon voortkomen uit forfaitair gewaarde voordelen.
Wij zullen al onze getroffen klanten eindejaar contacteren om te bekijken of er wijzigingen aan de loon portefeuille nodig zijn.
- Nieuwe meerwaardebelasting in de personenbelasting
Vanaf 1 januari 2026 wordt een meerwaardebelasting van 10 % geheven op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa (zoals aandelen, obligaties, ETF’s, crypto-activa).
Er zijn wel enkele belangrijke vrijstellingen:
- € 10.000 per persoon per jaar (geindexeerd). Een niet gebruikte vrijstelling is deels overdraagbaar naar volgende jaren.
- Voor wie een aanmerkelijk belang (≥20 %) aanhoudt: een vrijstelling van € 1 miljoen per 5 jaar, boven deze grens geldt een progressief tarief van 1,25 % tot 10 % (let bij getrapte aandelenverkoop er dus op om zeker +20% aan te houden)
- Meerwaarden vóór 31 december 2025 blijven vrijgesteld; een “fotomoment” op die datum bepaalt de referentiewaarde. We houden jullie later op de hoogte hoe dat fotomoment juist moet aangetoond worden.
- Terug auteursrechten voor IT’ers
Vanaf 1 januari 2026 wordt het fiscaal gunstregime (terug) uitgebreid naar digitale beroepen, specifiek softwareontwikkelaars, systeemarchitecten, AI‑ontwikkelaars, analisten, etc…
Het regime geldt voor auteursrechten op creatieve IT‑werkzaamheden — bijvoorbeeld licenties of overdracht van programma’s—, maar werkt niet voor helpdeskrollen of puur operationele IT‑taken.
De 70/30‑verdeelsleutel blijft van kracht (maximaal 30 % van de vergoeding mag als auteursrechtelijk inkomen mag worden gekwalificeerd). Een correcte waardering van het auteursrecht blijft evenwel noodzakelijk; ons oordeel is steeds geweest om in bedragen/percentages niet te overdrijven… dat voorkomt een fiscale kater nadien.
De voorwaarden blijven strikt: belangen zoals ondubbelzinnige auteursrechtelijke bescherming en correcte aftoetsing van de waarde van het auteursrecht blijven dus essentieel – imperatief dat het niet om verkapt loon gaat!
Correcte naleving van de voorwaarden brengt ook wat kosten met zich mee; zo moet er een correct contract opgesteld worden tussen vennootschap en de natuurlijke persoon die het auteursrecht overdraagt, en dient vaak ook de procedure van tegenstrijdige vermogensrechtelijke belangen (tussen bestuurder en vennootschap) gevolgd worden. Deze kosten moeten afgewogen worden tegenover het fiscale voordeel.
Wil je het maximale uit de kan halen (en dus ook fiscaal een wat agressievere houding aannemen), dan raden wij aan je te laten begeleiden door creativeshelter.be.